Brug Breda #1

Breda
Vanuit de verte trekt een rode dubbelpyloon de aandacht. Ze draagt de brug in het heringerichte park ‘De Hoge Vucht’ in Breda en markeert de nieuwe fiets- en wandelroute.

Aan de noordrand van Breda ligt het park ‘De Hoge Vucht’ dat in de jaren zestig is aangelegd. Een gedeelte van dit park, een uitloper tussen twee woonwijken is heringericht.

Het krachtenverloop binnen de constructie is verbeeld door de twee pylonen licht naar elkaar toe te laten buigen. De twee delen van de pyloon raken elkaar op het punt waar de tuidraden zijn aangehecht. De tuidraden dragen de dwarsliggers waar de hoofdliggers van het brugdek op rusten. Deze hoofdliggers schuiven op richels aan de zijkanten van de betonnen landhoofden en fixeren op deze manier de brug. De pyloon is bekleed met een geperforeerde rode plaat. Van een afstand bezien, oogt de pyloon massief. Met het naderen van de brug lijkt de schil echter op te lossen en wordt het stalen vakwerk zichtbaar. De balustrade is minimaal vormgegeven.


Brug Breda #2

Breda
Als een enorme boemerang ligt Brug Breda #2 op wooneiland Het Reigersnest, onderdeel van het park ‘De Hoge Vucht’.

De lichtgrijze brug ontsluit een twintigtal woningen. Ze is familie van Brug Breda #1, de rode brug, die een eindje verderop een nieuwe wandel- en fietsroute accentueert. Deze tweede brug kent veel zwaardere belastingseisen dan de eerste, omdat ze ook als opstelplek voor brandweerauto’s dient, maar is toch als familie ontworpen.

De pylonen lijken op enorme boemerangs. Eén poot ligt verankerd op het wooneiland. Aan de andere hangt het brugdek middels tuidraden. In het dek en in de pylonen is verlichting opgenomen. Via grote, met roosters afgedekte gaten is het water te zien, dat onder de brug doorstroomt.


Bruggen Abtswoudsepark

Delft
Vijf huisjes markeren als follies de bruggen in een verder rechttoe rechtaan slagenlandschap van het Abtsewoudepark. De ijle staalconstructie van de archetypische huisjes biedt een telkens wisselend perspectief op het omliggende landschap.

Het Abtswoudsepark naar ontwerp van David Louwerse ligt op de overgang van de wijk Tanthof in Delft en het beschermde veenweidelandschap van Midden-Delfland. Het oorspronkelijke slagenlandschap is zichtbaar gebleven in de langgerekte rechthoekige ruimten tussen bomenlanen en sloten. Dwars op het slagenlandschap is een breed wandelpad aangelegd met bruggen over de sloten. Om de wandelroute boeiend te maken zijn de vijf bruggen opgevat als follies. Op de bruggen staan ijle staalconstructies die doen denken aan huisjes. De vijf zijn zichtbaar een familie. Ze staan in een keurig rechte lijn en kaderen elk de rest van de reeks. Door te spelen met de positie van de kolommen, verandert de vorm van het dak, waardoor elke brug net anders is. Zo bolt het dak, als de kolommen naar buiten hellen, terwijl als zij naar binnen leunen het dak hol wordt getrokken.

Fietsend over de Abtswoudseweg lijken de geeloranje daken boven het landschap te zweven.


Complex 208

Rotterdam


Datacentrum

Delft
Onder de jagende Hollandse luchten fonkelt het groene glas in het grijze beton van het nieuwe datacentrum op de campus van de TU Delft. Functionaliteit, inbraakveiligheid en de eis voor een korte bouwtijd bepalen de grondvorm en materialisering van dit ontwerp, maar door de plastische mogelijkheden van het prefab beton te onderzoeken en te gebruiken, heeft deze functionele, robuuste doos toch een elegant uiterlijk gekregen.

De aanleiding voor de opdracht was het afstoten van het oude datacentrum van de TU Delft. De vraag was een nieuw inbraakveilig datacentrum, dat in korte tijd kon worden gebouwd met een fraai uiterlijk. Belangrijk voor de opdrachtgever en daarmee voor het ontwerp en de realisatie was ‘business continuity’. Het gebouw kent een schaalbare en modulaire opzet, waarmee het ook op de toekomst is voorbereid.

Het programma, dat hoofdzakelijk uit technische ruimten bestaat en geen dagelijkse werkplekken kent, diende te worden ondergebracht in een dichte, veilige en duurzame doos. Tegelijkertijd vragen de functies opvallend veel ventilatieopeningen, die juist vanuit veiligheidsoptiek kwetsbaar zijn. Dit dilemma is ondervangen door de gekozen gebouwopzet. De ruimtes met de benodigde gevelopeningen voor luchttoevoer en –afvoer zijn aan weerszijden van een 4,5 meter brede patio gelegd. Deze corridor wordt op haar beurt van verse lucht voorzien door het toegangshek aan de ene kant en in de betonelementen uitgesneden openingen in de vorm van een oversized rooster aan de tegenoverliggende gevel. De buitenzijde van het gebouw kon op deze manier vrijwel gesloten blijven.

De vloer van het gebouw is verhoogd om alle kans op wateroverlast te vermijden. Als naar een burcht leidt een flauw talud via een ranke, stalen brug naar de enige toegang tot het gebouw.

Om binnen een hele krappe planning een stoere, weerbarstige huid rond het gebouw te kunnen trekken, is prefab beton toegepast. De schuine lijnen in de gevel voegen zich naar de bomen rond het gebouw. Samen met een betonfabrikant zijn speciale elementen ontwikkeld met meerdere afwerkingen in dezelfde mal om deze grafiek mogelijk te maken. Hoewel het beeld anders doet vermoeden, zijn slechts een drietal mallen gebruikt. De beton is zowel schoon uit de kust als gestraald toegepast. Middels matten in de bekisting is op sommige vlakken een bamboestructuur aangebracht. Opvallend is vooral de vierde afwerking met gerecycled glas.

Belangrijk uitgangspunt was dat het glas een ruige en onregelmatige uitstraling zou behouden. Het glas is in de bekisting gestrooid in een drie centimeter dikke laag en hecht – door het storten – rechtstreeks aan de beton. Dat de scherven er scherp uitzien draagt bij aan de ongenaakbare uitstraling. In werkelijkheid is het glas getrommeld en zijn de scherpe kantjes er af. De kleuren zijn bescheiden, grijswit beton en groenig glas om het gebouw te laten passen in de groene omgeving.


De Holle Mare

Oegstgeest
De ritmiek van de ramen van de laagbouw begeleidt de dynamiek van de treinen. Metalen dakdozen kijken nieuwsgierig uit over het geluidsscherm op de spoordijk.

De nieuwe wijk Poelgeest wordt van de spoorlijn van Den Haag naar Haarlem afgeschermd door een muur van eengezinswoningen. Lage poorten geven toegang tot de straatjes erachter. Aan de noordrand staat een compact appartementenblok in de dijk van het riviertje De Holle Mare geschoven.

De verschillen in beukbreedtes tussen de goedkope en middeldure woningtypes vallen door de compositie van de verticale ramen in de laagbouw niet op. De overkragende dakopbouwen markeren de poorten en zijn ook als kopersopties gerealiseerd. Het metselwerk is opgetrokken in een karakteristieke zachtgele steen met grijze spikkeltjes als bij een kievitsei.

De smalle woningen zijn bedoeld voor starters. Ze zijn klein maar voelen ruim door de volledig vrije woonlaag op de eerste verdieping. De brede woningen hebben vier kamers en een grote woonhal aan de geluidsbelaste kant van de spoorlijn. De poortwoningen zijn heel flexibel te gebruiken. De dubbelbrede bovenverdieping kan worden open gelaten of naar behoefte worden ingedeeld. Een bijzondere woning met een dubbelhoge woonruimte met mooi uitzicht op de eerste verdieping, maakt de rij af.

De appartementen zijn ruim opgezet rond een efficiënte kern met voorzieningen. De vier woningen per laag zijn twee aan twee verschoven, waardoor een lichthof ontstaat tussen galerij en gevel. De plint bestaat uit entreehal, bergingenblok en parkeergarage.

Ook bij de appartementen wordt in de gevel gespeeld met ritmes en patronen. De kersenhoutkleurige gevelpanelen komen in een aantal combinaties voor, die schijnbaar willekeurig over de gevel zijn verdeeld. Het strekmetaal rond de stalen balkons maakt het hekwerk halftransparant. Een grovere versie van het strekmetaal vormt de ventilerende gevel van de parkeergarage. De galerij is met glazen U-profielen afgezet. Ze kraagt aan de straatkant uit als een reuzenlantaarn en markeert de hoofdentree van De Holle Mare.


De Hooge Plaaten

Middelburg
De opdracht omvatte zowel het stedenbouwkundig plan als de architectuur en de inrichting van de woonomgeving. De zorgvuldigheid die met zo’n volledige opdracht mogelijk is, werd in 2000 beloond met de Zeeuwse Architectuurprijs voor de woonomgeving.

Het gevarieerde programma is ondergebracht in drie parallelle stroken met dwars daarop twee brede voetpaden. Houten klimbeesten, luie stoelen, schaak- en damtafeltjes staan hier nonchalant op tegeltapijten onder een lichtgroen bomendak. De passages lopen van de nieuwe, groene woonstraat via poorten onder de appartementen naar de Westerscheldestraat. In de woonstraat liggen kleine starterswoningen tegenover korte rijtjes middeldure woningen. De gevel van de kleine woningen is per twee ontworpen om aan te sluiten op de grotere schaal van de rest van de buurt. De smalle hoge dakkapellen geven ritmiek aan de straat.

Bij de huurappartementen zijn de galerijen gecombineerd met houten balkons en vides in een serre-achtige ruimte. Aan de kop sluiten vijf woonwerkwoningen aan op een bestaand, kleinschalig winkelpleintje.

De materialisatie van bebouwing en woonomgeving is op elkaar afgestemd. Een vrolijke, helderrode baksteen vormt vloer en wanden van de passages. Donkere, gesinterde baksteen is toegepast op de overige gevels, de straat en de plantenbakken. Het hout van de kozijnen en entrees contrasteert ermee, evenals de wit gekeimde gevelvlakken in de woonstraat.


De Kriekenboomgaard

Oud-Beijerland
Eeuwen geleden stonden aan de rand van het historische centrum van Oud Beijerland kersenboomgaarden. De Kriekendagen, genoemd naar de plaatselijke kersensoort, waren een jaarlijks terugkerend feest. Een meervoudige studieopdracht voor één van de woonservicezones aan de rand van het centrum van Oud-Beijerland leidde tot het ontwerp voor De Kriekenboomgaard. Op deze specifieke plek in het stadje zijn aan het woningbouwprogramma publieke functies toegevoegd.

Het ontwerp schakelt een aantal nieuwe pleinen aan de stad. In het hart van het plan ligt een bomenplein waar drie soorten sierkersen in een rechthoekig grid in de volle grond staan. Hun bloesem, groeiwijze en bloeitijd verschilt.

Aan de stadszijde is het plein publiek en kan vanaf het terras van het restaurant en vanuit de entrees van de dagopvang en de kantoren worden betreden. Een poort met daarin de toegang naar de bibliotheek schakelt de Kriekenboomgaard subtiel aan de straten van het stadje.

De andere kant van het plein wordt omsloten door woningen. Deze seniorenappartementen staan op een parkeergarage, die hier half verdiept is gelegd. Het gemeenschappelijke buitenterras is daardoor op een ontspannen, maar duidelijke wijze privaat.

De overige seniorenwoningen en de zorgvoorzieningen - als een gemeenschappelijke ruimte, een ruimte voor de huismeester en logeerkamers - liggen geschakeld rond een overdekte, collectieve binnentuin. De parkeergarage loopt door onder dit plein en is hier geheel verdiept. In de garage is een hoog opgaande bamboesoort geplant in de volle grond. In het atrium zichtbaar als een tot aan het dak oprijzend bamboescherm, een volière vol met tropische vogels.

De gemeenschappelijke ruimte van de seniorenappartementen verbindt beide pleinen.

De publieke functies zijn aan de stadszijde gelegd en uitgevoerd in polyesterharsplaten met grijsgroen natuursteengranulaat. De meanderende bandramen spelen in op de verschillende functies. Ze bieden afwisselend uitzicht en beschutting.

Door de stedenbouwkundige organisatie zijn verschillende woonsferen ontstaan. Bewoners kunnen kiezen voor een rustige, veilige plek aan het atriumplein of voor een meer openbaar gelegen woning aan het Kriekenplein en de Abel Tasmanstraat. Alle woningen zijn gedacht in een geelwitte steen. Deze steen is ook als bestrating gebruikt in het atrium en op het buitenterras aan het Kriekenplein.

In de bibliotheek verzorgt een boekenmeubel over drie verdiepingen de aloude functie van boekenopslag. Via een vide staat het meubel in open verbinding met vrij indeelbare vloeren, waar ruimte is voor modern gebruik: digitaal onderzoek en ontspannend lezen.


De Nachtegaal

Rotterdam
Beschut wonen in een parkstrook, aan een atrium op het oosten of een binnentuin op het westen.

In de Rotterdamse wijk Charlois staan aan de rand van het Zuiderpark een aantal grotere woongebouwen losjes naast elkaar in een groene strook. Woonstad, dat al verschillende kavels in haar bezit heeft, overwoog ook het verzorgingstehuis in deze strook aan te kopen en een aantal naastliggende kavels. Om de aankoop te onderbouwen zijn in opdracht van Woonstad twee scenario’s onderzocht, één met en één zonder vervanging van het verzorgingshuis.

In de voorgestelde scenario’s wordt de structuur van grote blokken met daartussen groene scheggen voortgezet. De grondgebonden woningen vormen met verschillende woningtypes een gesloten laagbouw blok. Het appartementengebouw voor senioren sluit aan op de hoogte van de naastliggende gebouwen. Deze woningen slingeren rond twee hoven, die het groen doorzetten tot in het bouwblok. Eén van de hoven ligt op de parkeergarage en is overkapt. De bewoners kunnen hier ook gebruik van maken bij slecht en koud weer. In dit hof is op de begane grond in ruimte voor voorzieningen als een winkeltje en een kapper voorzien.


De Scheg

Utrecht
Een archipel van eilanden, waar kan worden gewoond, gesport en gerecreëerd - maakt het mogelijk het water niet alleen als natuurlijke begrenzing, maar ook als aanleiding voor een bouwspeeltuin te gebruiken.

De opgave voor het stedenbouwkundig plan De Scheg (deelplan 1.4 van De Rietlanden in Vleuterweide) is als een landschappelijke opgave geïnterpreteerd. In samenwerking met landschapsarchitect Dirk Hölzer van BGSV is gekozen om de bijzondere functies en het wonen door water te scheiden. De eengezinswoningen en één van de twee appartementengebouwen liggen op het grootste eiland. De bouwspeeltuin is verdeeld over twee groene eilanden aan de zuidkant. De aansluiting op het centrum van de Rietlanden loopt over het Bastion, waarin het sportveld met sportgebouwtje en het andere appartementengebouw zijn uitgegraven.

De eilanden worden ontsloten via een woonstraat, die van west naar oost loopt. Ze rijgt alle woningen aan elkaar via een ruim plein, waar geparkeerd wordt onder bomen. Belangrijk element is ook de doorgaande groene wand langs de tuinen en kopgevels, die het wooneiland aan de noordkant afschermt van een snelle busbaan.

Alle bebouwing wordt uitgevoerd in dezelfde helderrode, genuanceerde steen. Om het dorpse karakter van de wijk te benadrukken, zijn op de eengezinswoningen kappen toegepast. De appartementengebouwen sluiten hier met hellende dakvlakken op aan.

Mix Architecten, No Label en Moederscheim Moonen hebben onder supervisie van Joke Vos de architectuur uitgewerkt.


Drie palazzi

Amsterdam
In het stedenbouwkundige plan voor het Java-eiland zijn de binnengebieden tussen de ingericht als ‘groene kamers’. In deze stedelijke tuinen staan drie vrijstaande ‘palazzi’ met elk dertien woningen. In analogie met het oertype van een Italiaans palazzo zijn ze symmetrisch van opzet met een rechthoekig hoofdvolume en twee lagere zijvleugels.

Een bergingenstrook scheidt de privé tuinen op de begane grond af van de panden aan de dwarsgrachten. De appartementen van het hoofdvolume worden ontsloten vanaf de binnentuinen en kijken daar met hun woonkamers en balkons op uit. De appartementen in de zijvleugels hebben een eigen entree.

De twee- en driekamerwoningen zijn gerealiseerd in de sociale koopsector en niet voorzien van een lift. Om als vluchtweg te kunnen dienen, is het trappenhuis dubbel uitgevoerd.

De palazzi zijn rondom gemetseld in een geeloranje baksteen met betonnen luifels en veranda’s. De gevel van de entree aan het parkje springt eruit door de zwarte Engelse steen op de verdiepingen. In dit gevelscherm omlijsten uitkragende aluminium frames horizontale stroken met woonkamerkozijnen en balkons.


Drie Stempels aan de Javakade

Amsterdam
Door bijzondere woningplattegronden te ontwikkelen voor de drie stempels aan de Javakade is ruimte gezocht in een strakke jas. De appartementengebouwen zijn als één familie vormgegeven met prefab betonnen schermen aan de zuidkant en een spiegelend achterhuis aan de groene binnenhoven.

Vanaf de Oostelijke Handelskade is de strakke verkaveling van het Java-eiland goed zichtbaar. De hoofdvorm van de ‘stempels’ in dit stedenbouwkundig plan van Sjoerd Soeters lag vast en buurstempels kregen nooit dezelfde architect. De dwingende stedenbouwkundige envelop nodigde uit tot het maken van bijzondere woningplattegronden. Vaak met een dubbelbrede woonruimte aan het water en voor de helft geschakeld aan een dubbelhoog balkon. Deze buitenruimtes liggen achter een prefabbetonnen scherm.

De drie toegewezen stempels op verschillende plekken aan de Javakade zijn zichtbaar familie van elkaar. De woningen hebben dezelfde plattegronden. De betonelementen zijn echter per stempel in een andere grafiek gestapeld en in een andere kleur uitgevoerd. Er is een blauwe, een antraciete en een terrarode variant.

De binnengebieden van het Java-eiland zijn ingericht als ‘groene kamers’. Het grensvlak met het achterhuis is hier spiegelend uitgevoerd in verschillende kleuren geëmailleerd glas.


Entrees Sterrenburg

Dordrecht
De nieuwe entrees van twee gerenoveerde flats doen denken aan een moderne hotellobby, maar dan wel vandalismebestendig. Ze zijn identiek qua vorm, maar heel verschillend qua sfeer en beleving. Met geeloranje kleuren en veel lichtjes verwijst de ene naar de zon. De andere lobby met blauwgroene tinten en de glastegels naar het water.

In de Dordrechtse wijk Sterrenburg werkt woningstichting Progrez aan een geleidelijke revitalisatie. De gevel van twee verwante flatcomplexen zijn in dit kader ingrijpend gerenoveerd door Daan ter Avest. Voor beide complexen heeft Joke Vos Architecten een nieuwe entree ontworpen.

De entrees vormen de overgang tussen publiek buiten en individueel binnen. Om de trap en de bestaande lift vouwt zich een wand, die met glasmozaïektegeltjes is afgewerkt. Op een in die wand ingekaste bank met sfeerverlichting kunnen bewoners bijpraten met vrienden of buren. De vloer en het tapijt krullen nonchalant omhoog in de tegenoverliggende wand, waar een lachspiegel een vertekend beeld van de werkelijkheid geeft. Boven de postkasten is een vitrinekast gemaakt.

De entrees zijn identiek op de nieuw toegevoegde lift in de flat aan de Kleine Beerstraat na. Ze onderscheiden zich in de kleuren. In de Kleine Beerstraat is een warme ruimte gemaakt met geel/oranje glasmozaïek en lichtjes in de vloer. In de Stratosfeerstraat zijn de wanden blauw/groen, liggen glazen blauwe en groene tegels her en der in de vloer gestrooid, waardoor menigeen zich in een aquarium waant. De grote glazen entreepuien, die zijn omsloten door een overmaats staalprofiel, verwelkomen bewoners en bezoekers van de flatgebouwen.


Escampcarré

The Hague
De scholen in het Escampcarré in de Haagse wijk Rustenburg Oostbroek zijn aan nieuwe huisvesting toe. Aanleiding voor een haalbaarheidsstudie, die de keuzes inzichtelijk maakt en financieel onderbouwt. De studie laat de mogelijkheden zien om de vele verschillende gebruikers te herhuisvesten, het gebruik van het groene binnengebied te optimaliseren en daarnaast ontbrekende woontypen aan de wijk toe te voegen.

De wijk Rustenburg Oostbroek kampt, net als veel andere vooroorlogse wijken, met problemen op het gebied van een eenzijdig woningaanbod, parkeren in de smalle straten en een gemis aan openbare ruimte en groen. Het realiseren van nieuwbouw langs drie van de vier zijden van dit gesloten bouwblok, biedt kansen op wijkniveau. Het blok biedt ruimte in deze verder dichtbebouwde buurt en het binnenterrein heeft een groen karakter.

Niet minder dan 23 organisaties, variërend van scholen, kinderopvang, zorgvoorzieningen, een tamboercorps tot speel- en sportvelden voor diverse verenigingen maakten gebruik van de gebouwen en het binnenterrein. Hun huidige gebruik, toekomstwensen en mogelijkheden zijn geïnventariseerd en in de besluitvorming meegenomen.

Uitgangspunt voor de studie is het herhuisvesten van het huidige programma met daaraan toegevoegd woningtypen, die nu niet in de wijk worden aangeboden. Na een stedebouwkundige en programmatische analyse zijn modellen ontwikkeld voor een gefaseerde vernieuwing van de schoolgebouwen, de voorzieningen, het parkeren en zijn mogelijke woontypologieën onderzocht.

De nieuwbouw van de scholen is aan de belangrijkste straat, de Escamplaan gelegd, aan weerszijden van een uitnodigende poort naar het binnenterrein. Boven de poort langs worden de scholen verbonden via een gymzaal, onderlangs is een koppeling gemaakt door middel van de kleuterspeellokalen. De welzijnsvoorzieningen zijn op de hoeken van het carré gehuisvest. De poten van de U komen na de herhuisvesting van de scholen beschikbaar voor grondgebonden woningen. Hiervoor zijn twee typen ontwikkeld. Een meer traditionele rijtjeswoning en een oplossing, waarbij kleine hoven aan de smalle zijstraatjes worden geschakeld. Van de vier woningen kijken er twee uit op die straat en twee op het heringerichte binnengebied.

In aanvulling op de gevraagde studie is ook onderzocht hoe de Valkenboskerk in het complex kan worden opgenomen. Hiervoor zijn twee oplossingen aangedragen: de kerk kan worden opgenomen in de wand aan de Escamplaan of als zelfstandig object op het binnenterrein worden ontwikkeld.

De studie is gebruikt voor het opstellen van een financiële onderbouwing en overleg met de Haagse gemeenteraad en het college van B en W.


European China Centre Rotterdam (ECCR) fase 1

Rotterdam
De enorme sparing, waardoor de Chinese tuin zichtbaar is, en de karakteristieke gevel, geïnspireerd op oude Chinese lattenwerken, laten er geen misverstand over bestaan. Hier staat een gebouw met een bijzondere functie: het European China Centre Rotterdam.

De eerste fase van het European China Centre Rotterdam (ECCR) bestaat uit twee gebouwen op een ondergrondse parkeergarage. Er wordt een brede programmatische mix in ondergebracht van winkels, horeca, kantoorruimte, een hotel en appartementen.

In het basement van beide gebouwen ligt het accent op commerciële functies, horeca en kantoren. Een kleine passage, de mall, in het oostgebouw biedt onderdak aan Chinese winkels, afgewisseld met horeca. De entree en de lobby van het Chinese hotel liggen strategisch op de hoek van Santosplein en Rijnhaven. Het congrescentrum op de tweede en derde verdieping is via het hotel te bereiken, maar ook rechtstreeks vanuit de mall. De mall, ontworpen als een passage over drie lagen, is compact en levendig met veel doorzichten. Op de tweede verdieping, in de buurt van een groot food court, takt de passage aan op het bestaande metrostation.

Vanaf de metro of via de entree aan de Rotterdamse ‘stadsas’, de Hillelaan, loopt de bezoeker door de mall naar het Santosplein, waar aan de overkant het westgebouw ligt. Een brede trap naast de entree van de Chinese supermarkt leidt naar de Chinese daktuin. Deze tuin, naar een ontwerp van Niek Roozen, biedt zowel bewoners als bezoekers de gelegenheid zich terug te trekken van de bedrijvigheid op straatniveau. Het restaurant om de hoek heeft een terras aan de kade langs de Rijnhaven Op de verdiepingen staan kantoren gepland en is ruimte gereserveerd voor nog een restaurant, met de mogelijkheid te eten in kleine zaaltjes.

In de schijven, die boven de mall uittorenen, zijn de 110 appartementen en een hotel met 196 kamers ondergebracht. De appartementen kennen een grote variatie aan woningtypen, van compacte tweekamerwoningen tot riante, gestapelde villa’s.

Het gebouw is terughoudend in haar verwijzingen naar de Chinese cultuur. Het idee is dat de Chinese ondernemers door de presentatie van hun waren en het gebruik van karakters en kleuren het gebouw een typisch Chinese uitstraling geven. Vanuit dit idee is gezocht naar een subtiele vertaling van het Chinese thema in de architectuur. Zo is in de gevel, die bestaat uit prefabbetonnen elementen, het strakke rechthoekige raster van veel Rotterdamse havengebouwen getransformeerd naar een reusachtig Chinees patroon. Zwarte, gestileerde golven met een ruige structuur, weven zich door de witte betonbanden. Ze verwijzen naar het water dat als een belangrijke bron van energie wordt beschouwd in de Chinese cultuur.

Ook de Chinese tuin draagt sterk bij aan de Chinese identiteit. Ze is aan de kant van de Rijnhaven zichtbaar gemaakt door het snijden van een grote sparing uit het westgebouw. Door het toepassen van bamboeprints op de glazen balustrades biedt het gebouw een passende achtergrond aan de tuin. In het transparante scherm aan de zuidkant is eveneens bamboe verwerkt. Hier kaderen kleine uitsparingen in de geest van traditionele Chinese tuinen zowel het zicht op als het uitzicht vanuit de tuin.

De grote sparing in het westgebouw is één van enkele, grote ingrepen op het betonnen raster. Dit gat vormt het centrum van een afwijkend raster, waarin balkons en serres van de appartementen zijn opgenomen. Een tweede opvallend element is het grote balkon op de hoek van het oostgebouw. Het hangt voor de open glasgevel van hotellobby en conferentiecentrum en is industrieel gedetailleerd in staal, hout en glas. De enorme reclameschermen, die voor de verdiepingen van de mall zijn gehangen, zijn ook van onbehandeld hout. Stoere houten poorten markeren de ingangen naar de passage. Tot slot is er op hoek van het oostgebouw aan de Hillelaan een gebouwhoog reclamescherm gedacht, dat met LED verlichting kan worden uitgevoerd. De scherpe hoek van de plot is hier verzacht door hem af te ronden. Die ronding wordt ook in het scherm overgenomen.

In het interieur van de mall worden duurzame Chinese materialen toegepast. Chinees natuursteen op de vloer, naturel bamboepanelen op de plafonds. Houten poorten accentueren de entrees naar de verschillende units. Ook de randen van de videgaten zijn minder hard gemaakt door ze aan één kant af te ronden.


Groen en Gras fase 1

Alphen aan den Rijn
Grasdaken, zijgevels met blauwe en witte regen begroeid, beukbrede bloembakken en ruime tuinen omzoomd door hagen geven een actuele invulling aan het idee van de tuinstad.

Een meervoudige opdracht voor een nieuwe buurt in de wijk Kerk en Zanen kreeg van de gemeente Alphen aan den Rijn het thema ‘Groen en Gras’ mee. Samen met vastgoedontwikkelaar Synchroon is gezocht naar een maximale invulling van dit groene thema. De ruime voor- en zijtuinen, die zijn omzoomd door hagen, roepen een tuinstedelijke sfeer op. Het plan is consequent uitgevoerd in grijsgroene betonsteen met een ribbelprofiel. De voordeuren en garages zijn voorzien van prints van bloem- en plantenmotieven. De grasdaken en de met blauwe en witte regen begroeide zijgevels completeren het groene beeld.

De wens om een sociaal samenhangende buurt te maken, heeft geleid tot een extreme mix van financieringscategorieën. De vijf woningtypen verschillen in beukmaat en aantal verdiepingen. Met die typen is een bouwblok gecomponeerd van maximaal negen huizen, een soort landhuis of supervilla. Door modificatie van het standaardblok is het mogelijk met deze landhuizen aan de stedenbouwkundige randvoorwaarden te voldoen en ze precies op de situatie te laten passen.

De landhuizen kennen een expressieve plastiek met verspringende voor- en achtergevels en incidenteel aan de gevel gehangen beukbrede bloembakken.

Elke woning heeft op maaiveld een woonruimte aan de straat, soms is dit de eetplek, soms de woonhal. Meerdere indelingen zijn mogelijk. De inpandige garage/berging van het grootste type kan worden omgebouwd tot slaapkamer, waardoor een levensloopbestendige woning ontstaat.

De beslissing om in een vroeg stadium met de aannemer om de tafel te gaan, heeft geleid tot een snel en efficiënt bouwproces en een zorgvuldige manier van bouwen.


Groen en Gras fase 2

Alphen aan den Rijn


Herkingenbuurt

Rotterdam
Het project heeft in december 2002 de Rotterdamse Bouwkwaliteitsprijs gewonnen. Uit het juryrapport: ‘Het project vormt een samenhangend geheel dat zich naadloos in zijn omgeving voegt. De aandacht waarmee het ontworpen is, de manier waarop er ingespeeld is op de gebruikers en hun eventuele beperkingen blijkt uit alles. Daarnaast getuigt het geheel van een zorgvuldige en duurzame materialisatie, detaillering en uitvoering.’

Het project vormt de eerste fase van de herstructurering van de Herkingenbuurt in de Rotterdamse wijk Pendrecht. De nieuwbouw respecteert het karakteristieke stedenbouwkundige stempel, maar verdicht door op het hoekpunt van de Sommelsdijkstraat en de Slinge hoger te bouwen.

In de hoogbouw zijn 60 seniorenappartementen gerealiseerd met enkele gemeenschappelijke ruimten. De galerij van de woningen op de onderste verdiepingen biedt uitzicht op de collectieve tuin en doet dienst als buitenruimte. Gekleurde betonschermen en houten zitelementen bakenen het privégedeelte af van de loopzone. Op de bovenste verdiepingen is ervoor gekozen de galerij juist aan de straatzijde te leggen. De woningplattegronden zijn als gevolg daarvan ook gespiegeld ten opzichte van de plattegronden van de woningen op de onderste lagen. Deze omdraaiing is zichtbaar in de plastiek van de gevels en is daarmee een subtiele verwijzing naar de hoogte van de oorspronkelijke galerijflat op deze plek.

De 12 woonwerkwoningen zijn tweezijdig vormgegeven met aan beide gevels een entree. De plattegronden zijn flexibel, zodat wezenlijk andere indelingen mogelijk zijn.

In de materialisatie is aansluiting gezocht bij de bestaande wijk. Onder andere door het toepassen van naturel beton en een mix van vijf verschillende stenen die de oorspronkelijke toegepaste steen benaderen, maar levendiger van kleur zijn.


Het Balkon

Utrecht
In Het Balkon is de stedenbouwkundige opgave uitgebuit door een ongebruikelijke landschappelijke oplossing met een dubbel maaiveld. De woningen krijgen daardoor twee gezichten. Landhuizen met grote dakoverstekken aan een opgetild park, drielaagse herenhuizen vanaf straatniveau.

In deelplan 1.5 van de Rietlanden (Het Balkon) is de afgegraven grond van eerder ontwikkelde gebieden in Vleuterweide opgeslagen. Dit anderhalf meter dikke grondpakket vormde het uitgangspunt van het stedenbouwkundig concept. Door de woningen compact te schakelen en met de uitgegraven grond de ruimte tussen de clusters op te hogen, ontstaat een hoogteverschil van drie meter, de maat van een woonverdieping. De doorsnede van de woning profiteert van dit hoogteverschil. De woonkamer met een bouwkundig terras aan het park, een tuinkamer of woonkeuken aan de besloten tuin op straatniveau.

Het souterrain dat door het hoogteverschil ontstaat, is te gebruiken als een variant van de traditionele zolder. Hier kan worden gespeeld of geknutseld of kan een bijzondere functie als bijvoorbeeld een muziekstudio gerealiseerd worden. Aan de beide uiteinden van de woningblokken steken de souterrains uit het talud. Ze krijgen daglicht en zijn te gebruiken als volwaardige werkruimten.

Via een poorthuisje en de tuin wordt de woning betreden. De brede doodlopende ontsluitingsstraatjes bieden, behalve voor parkeren en privétuinen, ook ruimte voor gemeenschappelijke zit- of speelobjecten.

In de voorbeelduitwerking is het verschil in sfeer uitvergroot in de architectuur. Aan het park een Japans aandoende lage bebouwing met groot dakoverstek en veel hout en natuursteen. Aan de entreekant oogt de woning als een herenhuis met een ommuurde tuin. Om een aangename hof te maken zijn de kleuren hier licht gehouden.


Het Mooie Plan deelplan1

Rotterdam
Het Mooie Plan in Lombardijen maakt zowel in haar stedenbouw als architectuur - hoewel nooit letterlijk - het verleden van de naoorlogse Rotterdamse tuinstad voelbaar. Met dit plan wordt aan een nieuwe toekomst voor de wijk gebouwd, zonder dat hierbij het verleden uit het oog wordt verloren. De fotografie van Arthur Kleinjan die prominent in gevel aanwezig is, versterkt deze beleving zonder anekdotisch te worden.

In het stedenbouwkundig plan geeft een programma van grondgebonden woningen een nieuwe invulling aan het begrip tuinstad. Ook de groene parkzones en de open, asymmetrische verkavelingen grijpen met een hedendaagse invulling terug op de oude tuinstadgedachte. De overgangen tussen de privé-tuinen en het openbare gebied krijgen in het hele plan veel aandacht. Afhankelijk van de plek zijn groene hagen voorgeschreven of is een bouwkundige oplossing ontworpen. Het parkeren voor de bewoners is binnen de velden opgelost. Bezoekers parkeren langs de straten. Zie ook ‘Het Mooie Plan stedenbouw’.

Het eerste deelplan van 125 woningen met een mix van koop en huur, is in juli 2010 opgeleverd. De dichte verkaveling heeft hier geleid tot zes heel verschillende woningtypen, die in de plattegronden hun specifieke positie in het cluster uitbuiten. Traditionele woningen (A en B) worden afgewisseld met patiowoningen (E) en met typen waarbij de eerste verdieping de belangrijkste woonruimte is (C, D en F). In de laatste typen zijn veel gebruiksvarianten en indelingsopties mogelijk, waaronder een volledig open woonverdieping met vrij uitzicht op de groene zones.

Van de twee parkeerplaatsen, die onder woningtype C zijn geschoven, is er één voor de eigen woning bedoeld. Deze is bereikbaar via de tweede voordeur. De andere plek, die wordt gemarkeerd door een ingemetseld cijfer, is verkocht aan één van de B-woningen. Om de Dantestraat te kunnen handhaven, heeft woningtype D een ondiep kavel. Het gemis van een echte tuin wordt gecompenseerd met een groot terras op het dak van de garage. De tuinkamer aan het park loopt over in een bouwkundig terras met ingebouwd bankje. Ook de bocht in de Homerusstraat heeft geleid tot een bijzonder type, met een brede beukmaat en een ondiepe tuin (F).

Een belangrijke ontwerpambitie was om kunst niet als ornament of incident in te zetten, maar te integreren in de architectuur. De historie van de plek, waar de grote bomen nog getuigen van dit recente verleden, is zichtbaar gemaakt in een extra laag in de gevel. Arthur Kleinjan heeft speciaal voor dit project foto’s gemaakt van reflecties van de natuur in water. Uitvergroot en ‘getoond’ door gaten in het metselwerk lijken ze de bomen, het water en de lucht te weerspiegelen.

Om een neutraal kader te bieden aan de kunstpanelen zijn de gevels gemetseld in witte, gebroken betonsteen, opgesloten tussen antraciet koppen. De kozijnen zijn per woningtype op dezelfde positie geplaatst, maar het ritme van de gevelgrafiek grijpt soms over twee of drie woningen heen. Daardoor ontstaan verschillende patronen, maar blijven alle typen toch familie van elkaar. De detaillering is verzorgd, maar terughoudend.

Het project is een pilot in de samenwerking van com.wonen met Dura Vermeer, waarbij ketenintegratie het uitgangspunt is. De doelstelling van ketenintegratie is te komen tot een beter product, gerealiseerd in een kortere tijd en tegen lagere kosten. In de contract- en uitvoeringsfase heeft dat geleid tot intensieve samenwerking tussen alle betrokken partijen, opdrachtgever, adviseurs, aannemer en de belangrijkste onderaannemers. Vertrouwen en transparantie naast het voorkomen van faalkosten, waren de sleutelbegrippen. Inmiddels is de uitvoer van het tweede deelplan begonnen. Hierbij is al in de initiatieffase op deze manier gewerkt, waardoor de architect ook intensief is betrokken bij het vaststellen van de doelgroepen en het te ontwikkelen woonprogramma.


Het Mooie Plan deelplan2

Rotterdam


Het Mooie Plan stedenbouw

Rotterdam
Grondgebonden woningen vervangen een in verval geraakte buurt met galerijflats. De groene zones en de open, asymmetrische verkavelingen grijpen met een hedendaagse invulling terug op de oude tuinstadgedachte.

Lombardijen is één van de zuidelijke tuinsteden van Rotterdam. Karakteristiek voor deze wijken zijn de open verkavelingen in asymmetrische stempels en een overmaat aan groene gemeenschappelijke ruimte. De technische staat van de oorspronkelijke bebouwing, de veranderende woonwensen en de beheersbaarheid van het openbare gebied hebben geleid tot herstructurering van de wijken.

Het nieuwe stedenbouwkundig concept voor Complex 207 vervangt de bestaande galerijflats door grondgebonden woningen. Belangrijk uitgangspunt in het plan was het streven een hedendaagse invulling te geven aan de oorspronkelijke tuinstadgedachte. Het openbare groen is niet versnipperd, maar verdeeld over de ontsluitingsstraat (de Homerusstraat) en twee brede groenzones. Daartussen liggen zes woonvelden, die compact zijn verkaveld door middel van strokenbouw in verschillende bouwhoogtes. Ten westen van de Homerusstraat liggen de stroken parallel aan deze straat met tuinen op het oosten en het westen. Ten oosten staan de huizen juist dwars op de straat om het zicht naar de groene, waterrijke zone langs de voormalige Havenspoorlijn te trekken. Enkele bijzondere woningtypen richten zich specifiek op het groen of het water.

De overgangen tussen de privé-tuinen en het openbare gebied krijgen in het hele plan veel aandacht. Afhankelijk van de plek zijn groene hagen voorgeschreven of is een bouwkundige oplossing bedacht voor de scheiding tussen openbaar en publiek. Er zijn hier bouwkundige terrassen met geïntegreerde zitelementen gemaakt en tweezijdige tuinhuisjes in een doorgaande wand schakelen de privétuinen via een terras aan de plantsoenen.

Een grote variatie in typologie en prijscategorie resulteert in een tiental woningtypes, verdeeld over circa 200 grondgebonden woningen. Ze worden als één familie vormgegeven door toepassing van dezelfde materialen en details.

Het project is inmiddels omgedoopt tot Het Mooie Plan. Het eerste deelplan wordt in de loop van 2010 opgeleverd, lees meer bij ‘Het Mooie Plan deelplan 1´. Het tweede deelplan staat in de planning voor 2012.


Het Schip

Heemstede
Met een keramische gevel, die eruit ziet als het staal waar op de werf schepen van gebouwd worden, ligt woongebouw ‘Het Schip’ aan het water. De ruige baksteen aan de andere gevel reageert op de ‘aardse’ collectieve daktuin.

In het centrum van Heemstede wordt een bestaande haven doorgetrokken tot aan een nieuwe parkeergarage met daarop het woongebouw ‘Het Schip’. De gedetailleerde stedenbouwkundige randvoorwaarden schreven een ondiep blok voor met een harde, ‘mariene’ kant aan het water en een zachte ’aardse’ aan het parkeerdek.

Het voor deze besloten prijsvraag ingeleverde plan speelt hierop in door het blok zowel in de lengte- als in de dwarsrichting in tweeën te delen. In de lengterichting is de harde helft gematerialiseerd in een gladde gevel van een keramische plaat, die eruit ziet als onbehandelde scheepshuid. Aan het groene dek is de gevel juist geleed en wordt een lichte, ruige baksteen voorgesteld.

Het ondiepe blok is bij uitstek geschikt voor maisonnettes: weinig verkeersoppervlak en veel wonen aan de gevel. De knip in de dwarsrichting maakt een grote differentiatie aan typen mogelijk. In de ene helft bevinden zich smalle, dubbelhoge woningen, in de andere bredere bajonettypes. De penthouses op het dak zijn in de harde schil geschoven met grote dakterrassen aan de zachte, bezonde kant.

In de hoge, ruime vide tussen de twee bouwdelen wikkelt de trap zich rond een vrijstaande lift. De galerijen sluiten hier steeds op andere plaatsen en verdiepingen op aan. Met weinig bouwkundige middelen is zo een hoofdontsluiting gemaakt met een bijzonder ruimtelijk effect.


Hillesingel

Rotterdam
De woningen langs de Lange Hilleweg voegen zich qua volume, materialen en kleuren naar de bestaande wijk, maar de grafiek in de gevel is duidelijk van nu.

De Lange Hilleweg is een oude singel, die de Rotterdamse wijk Bloemhof doorsnijdt. Veel van de oorspronkelijke bebouwing in dit vooroorlogse tuindorp is in de afgelopen decennia vervangen door nieuwbouw. Het groene karakter van de singel is echter behouden en de oevers zijn recent heringericht.

Ook de woningen van het project Hillesingel dragen bij aan de vernieuwing van de wijk. De singelwanden van drie bestaande bouwblokken zijn vervangen. Met stadswoningen en herenhuizen in drie lagen en een cluster van beneden- en bovenwoningen van vier lagen, past de bebouwingshoogte goed bij het profiel van de singel. Een vrijgekomen kavel in één van de zijstraatjes is in de planvorming meegenomen. Een aangepast woningtype in twee lagen koppelt hier de nieuwbouw aan bestaande bouw.

De plattegronden zijn helder en efficiënt. De verblijfsruimten bieden maximaal uitzicht op de singel. In deze volkswijk is gekozen om alle woningen van een ruime, afsluitbare woonkeuken te voorzien. Door de verdiepingen van de herenhuizen terug te leggen, wordt in dit type de mogelijkheid geboden om direct bij de bouw of in een later stadium de woning uit te breiden.

Voor elke woning is een parkeerplaats gereserveerd in de compacte overdekte stallingen, die achter en onder de stadswoningen zijn geschoven. Om de daardoor ontbrekende tuin te compenseren, hebben deze woningen een groot dakterras.

In de gevels vallen de betonnen banden op, die de ingangspartijen markeren. Per woningtype zijn twee varianten ontworpen. Daarmee is een afwisselend ritme gemaakt, dat de lange singelwand verlevendigt. Vanaf de overkant van de singel valt de grafiek van lichtgrijze, betonnen banden in rode baksteen op. Wandelend op de stoepen langs de huizen wordt juist de ritmiek voelbaar, doordat de banden 15 centimeter uit het metselwerk steken. De betonnen banden worden tot kaders bij de kopgevels, waar de gazen invulling uitnodigt tot groene straatwanden. Het gaas wordt ook toegepast bij de franse balkons in de singelgevels.

De bewoners van de Bloemhof zijn over het algemeen niet erg kapitaalkrachtig. Toch bestaat ook hier vraag naar grondgebonden woningen, maar voor duurdere woningen is geen markt. De plek aan de singel vereiste echter woningen in minimaal drie lagen en de kosten van het parkeren op eigen terrein dienden in de verkoopprijzen te worden meegenomen. Door een aantal woningen als beneden/bovenwoning uit te voeren, het maken van goed bruikbare en efficiënte plattegronden en het toepassen van één bijzonder, maar repeterend gevelelement (de betonnen banden) is het toch mogelijk gebleken het project te realiseren. Overigens niet nadat de opdrachtgever de koop ook voor lagere inkomens mogelijk maakte door middel van een bijzondere financieringsconstructie, een voorloper op de modellen die sinds de economische crisis in zwang zijn geraakt.


In 't Park

Etten-Leur


Kaap Belvedère 3

Rotterdam
Schiereiland ‘De Kaap’ heeft de laatste jaren een ware gedaantewisseling ondergaan. Nieuwe woonbuurten zijn gerealiseerd op oude haventerreinen en het centrale park is heringericht. Ook de historische dorpskern in het hart van Katendrecht is gerenoveerd, gerestaureerd en deels vervangen door nieuwbouw. De 26 luxe herenhuizen van Kaap BVD3 vormen een logische volgende stap in deze veelomvattende revitalisatie.

De typologie van gesloten bouwblokken, zo kenmerkend voor 19e eeuwse wijken, wordt in ere gehouden door de achterhuizen van de hoekwoningen en de gemetselde tuinmuren. Karakteristiek voor Katendrecht is de kleine korrel van steeds een paar woningen. Die kleine maat wordt teruggebracht door in verdieping- en dakhoogten te variëren en verschillende bakstenen toe te passen.

De traditionele zonering van 19e eeuwse gevels is met een knipoog vertaald naar een witte, prefabbetonnen plint, die zich rond de entreepartijen vouwt. In het gevelmetselwerk zijn de staande kozijnen afgezoomd met prefabbetonnen lateien en waterslagen. De uitkragende daklijsten wisselen per stedenbouwkundige korrel. De schilddaken op enkele woningen verwijzen naar bestaand Katendrecht, zoals dat bijv. aan het Deliplein ervaren wordt. Het witte huis brengt een gesloopt pand aan de Veerlaan in herinnering en het afwijkende achterhuis aan de Rechthuislaan laat zien, dat er in bewoonde wijken altijd uitzonderingen op de regel zijn.

De meeste woningen zijn drie lagen hoog. Ze hebben een traditionele plattegrond met wonen op de begane grond en slapen op de verdiepingen. Op enkele hoeken is een vierlaags type toegepast, dat wonen op twee verdiepingen, al of niet met vide, toelaat. De keuze aan indelingen is heel groot en het afwerkingsniveau erg hoog. Ook energetisch zijn de woningen duurzaam. Met veel isolatie en zonnepanelen op het dak wordt een EPC van 0,3 a 0,4 gerealiseerd.



Kantoor Schiedamsevest

Rotterdam
Niet uitbreiding en nieuwbouw, maar inbreiding en hergebruik is de opgave van de Nederlandse stad in de 21ste eeuw. Als voorschot op deze bouwopgave heeft Joke Vos Architecten in 2004 samen met Enno Zuidema Stedebouw en Volta 43 haar intrek genomen in een uitgewoond kantoorpand uit de jaren vijftig van de vorige eeuw.

Het kantoorgebouw aan de Schiedamse Vest in het centrum van Rotterdam kent eenheden van ca 100 vierkante meter, die worden ontsloten via portieken. De nieuwe gebruikers hebben naar ontwerp van Joke Vos Architecten vijf van dergelijke eenheden samengevoegd door ze zowel horizontaal als verticaal te verbinden. Het pand was uitgewoond en is daarom volledig gestript. Het slopen van drie opeenvolgende verlaagde plafonds leverde een extra hoogte op van zo’n dertig centimeter.

De bureaus delen een gemeenschappelijke zone met entree/lunchruimte, keuken en vergaderruimte. De open indeling maakt het inkrimpen en uitdijen van de samenwonende bureaus ruimtelijk eenvoudig.

Bij de verbouwing van het kantoorpand is ook in het interieur ingezet op hergebruik. Diverse elementen uit vorige panden van de bureaus, zoals een speciaal ontworpen keukenblok, bibliotheekkasten en een hardhouten pui zijn ingepast. Ook het bestaande meubilair van de verschillende bureaus is meeverhuisd. Andere elementen als een scheidingswand voor de vergaderzaal met verdiepingshoge plexwood deuren en de trappen zijn speciaal voor dit kantoor ontworpen en gemaakt.

In opdracht van de verhuurder zijn voor de portieken nieuwe entreepuien ontworpen en is het opknappen van het trappenhuis begeleid.


Kenniswerf Campus

Vlissingen
In een meerjarig traject wordt in Vlissingen een Kenniswerf ontwikkeld. Een expressief kopgebouw voor de Hogeschool Zeeland kan als visitekaartje voor de nieuwe ontwikkelingen gelden.

De Gemeente Vlissingen wil samen met twee onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven een Kenniswerf ontwikkelen. Enno Zuidema Stedebouw heeft een ruimtelijk kader en een strategie voor een gefaseerde herontwikkeling van het gebied voorgesteld.

In dit kader is Joke Vos architecten gevraagd mee te denken over de manier waarop de bestaande Hogeschool Zeeland in deze ontwikkeling en fasering kan worden meegenomen. Hierbij is ook onderzocht hoe moderne onderwijsmethoden ruimtelijk kunnen worden vertaald. De mogelijkheden voor de Hogeschool zijn gevisualiseerd om ze onderdeel te maken van het besluitvormingsproces.

Een expressief kopgebouw is voorgesteld als markering van de nieuwe ontwikkelingen. Onderin het gebouw is horeca met een terras voorgesteld, bovenin is een groot auditorium voorzien. In het langgerekte volume worden de studie- en lesruimten ondergebracht. Met een nieuw bestuursgebouw voor beide onderwijsinstellingen en studentenhuisvesting wordt de campus afgemaakt.

De boulevard over het terrein verbindt ook de gebouwen van het ROC met het water. Aan de ene kant wordt dit wandelpad begeleid door de nieuwbouw voor de Hogeschool. Aan de andere kant van het pad ligt een groot openbaar speel- en sportveld, dat ook door de studenten uit de woningen die er op uitkijken, kan worden gebruikt.

De studie wordt gebruikt in het overleg met de gemeente, de onderwijsinstellingen en het ministerie om te komen tot definitieve planvorming.


Metrobrug ECCR

Rotterdam


Muziekwijk

Zwolle
Uitkragende betonnen frames met gekleurde schuifpanelen en roosters gevuld met rondhout geven de gevels plastiek en maken van de zeven verschillende woningtypologieën zichtbaar één familie.

In de eerste fase van de herstructurering van Holtenbroek 1, de Muziekwijk, zijn een aantal stempels met verouderde portiekflats vervangen door negentig grondgebonden woningen. In het stedenbouwkundig plan zijn voor de ‘nieuwe stempels’ woningtypologieën ontwikkeld voor uiteenlopende bewoners en bewoning. Ze variëren van efficiënte starterswoningen in twee lagen tot drielaagse drive-in woningen en vierlaagse herenhuizen. De garage van de woonwerkwoningen kan bij het huis worden getrokken. De patiowoningen zijn bestemd voor senioren. De verschillende woningtypen vormen afgesloten clusters met collectieve binnengebieden. Hier wordt op eigen terrein geparkeerd, in de achtertuin naast de gemeenschappelijke tuin. Rond de clusters is het groen openbaar, toegankelijk voor de hele buurt.

De materialisatie van de gevels is afhankelijk van de positie in het stedenbouwkundig plan. Aan de binnenkant van de clusters zorgt een lichte gecementeerde steen voor een rustige achtergrond van het private en collectieve groen. Langs het openbare groen zijn de gevel en het tuinscherm van roosters met daarin gestapeld rondhout gemaakt. Al dan niet bloeiende klimplanten kunnen hier vanuit de tuinen vrij doorheen groeien en zo bijdragen aan het groene karakter van de zones tussen de clusters. Langs de straten is een chique zwart metallic baksteen toegepast. Ter plaatse van de woonverdiepingen omkaderen uitkragende betonnen frames de grote glazen puien. Met bouwkundige zonneschermen in heldere kleuren kan de toetreding van het zonlicht worden geregeld.


Nieuw Landgoed Slingerland

Zoeterwoude


Olmenhof

Middelburg
‘Met een groot zigzag gebaar is een voormalige schoollocatie getransformeerd tot een vriendelijk en beschut complex met 48 woningen en zorgvoorzieningen voor ouderen, dat zich op een vanzelfsprekende manier voegt in de context van een bestaande wijk. Zowel het grote stedebouwkundig gebaar tot het kleine detail is met aandacht en precisie behandeld’ aldus de jury van de architectuurprijs BNA Gebouw van het jaar 2009.

Het terrein bestaat uit een oude scholenlocatie en is onregelmatig van vorm. Het ligt voor een groot deel binnen een driehoekig bouwblok, dat gelegen is op het grensvlak van een meanderend 17e-eeuws straatje (de Jodengang) en een naoorlogse, kleinschalige en groene woonbuurt aan de overzijde van de Olmenlaan.

In een eerder stadium is door het bureau een uitgebreide stedenbouwkundige modellenstudie verricht. Na intensieve inspraak en overlegrondes met omwonenden, toekomstige bewoners en de politiek is de keuze gevallen op een zigzag in V-vorm. Dit volume is naar het binnenste van het bouwblok geduwd om ruimte te maken voor een groen tussengebied en het zichtcontact te houden met de Olmenlaan. Daar waar wordt geparkeerd, heeft de zigzag een verharde kant. Aan de andere zijde is het groen, waardoor het plantsoen van het laagbouwwijkje aan de overkant het bouwblok als het ware in wordt getrokken.

Uitzicht, ontsluiting en bezonning hebben tot verschillende woningtypen geleid. De twee hoofdtrappenhuizen ontsluiten een doorlopende galerij op de eerste verdieping, die zich van buiten naar binnen rond en door de blokken weeft en op sommige plekken is gecombineerd met een privé buitenruimte.

In de gevels wisselen vlakken van metselwerk, western red cedar en vezelcementplaten in betonstructuur elkaar af. De steen is geelwit genuanceerd met een wat ruige uitstraling. Het hout, western red cedar, is met een iets transparante blauwgrijze coating afgewerkt. De bergingenblokken hebben een gevel van glasprofielen met translucente isolatie. 's Avonds zijn deze blokken verlicht en markeren de entrees. De overige galerijen, de uitkragende balkons en de lateien in het metselwerk zijn uitgevoerd in wit prefabbeton. Strekmetaal is ingezet om op sommige plekken een open hekwerk te maken en ook bij de franse balkons. De panelen lopen daar soms door tot maaiveld en bieden op deze manier houvast aan klimplanten.

De ‘zorgvilla’, tussen de poten van de zigzag, voegt zich als een los object in de reeks van vrijstaande woningen aan de Olmenlaan. Het programma bestaat uit een dagopvang en de gemeenschappelijke ruimte met grand café op de begane grond. Dit café is ook voor bewoners uit de buurt toegankelijk. Op de eerste en tweede verdieping bevinden zich personeelsvoorzieningen en twee appartementen.

Door de kap van de zorgvilla onder een hoek te leggen en op de begane grond de zichtlijn naar de westelijke entree vrij te maken, is een expressief volume ontstaan. Het nieuwe plan geeft daarmee een herkenbaar en karakteristiek visitekaartje af aan de wijk.


Olmenhof stedenbouw

Middelburg
De locatie ligt op het grensvlak van een meanderend 17e-eeuws straatje (de Jodengang) en een naoorlogse, kleinschalige en groene woonbuurt aan de overzijde van de Olmenlaan. De onregelmatige vorm steekt diep het binnenterrein van het driehoekige bouwblok in. Het nieuwe programma bestond uit seniorenwoningen met aanvullende voorzieningen.

Voor deze voormalige scholenlocatie is een haalbaarheidsonderzoek verricht in de vorm van een uitgebreide stedenbouwkundige modellenstudie. Na intensieve inspraak en diverse overlegrondes met omwonenden, toekomstige bewoners en de politiek is de keuze gevallen op een zigzag in V-vorm. Dit volume is naar het binnenste van het bouwblok geduwd om ruimte te maken voor een groen tussengebied en het zichtcontact te houden met de Olmenlaan. Het plantsoen van het laagbouwwijkje aan de overkant wordt zo mooi doorgetrokken in de Olmenhof. Daar waar wordt geparkeerd, heeft de zigzag een verharde kant.

De twee hoofdtrappenhuizen ontsluiten een doorlopende galerij op de eerste verdieping, die zich van buiten naar binnen rond en door de blokken weeft en op sommige plekken is gecombineerd met een privé buitenruimte. Zo kunnen toch verschillende woningen worden aangeboden, terwijl de organisatie van de plattegrond gestandaardiseerd blijft.

Een blokje met voorzieningen voor de senioren, de ‘zorgvilla’, zoekt aansluiting op de vrijstaande woningen aan de Olmenlaan. Als los object tussen de poten van de zigzag, maar iets teruggelegd tov de rooilijn om het grotere volume niet te laten domineren.


Parkkamers

Pijnacker
Een slinger van grondgebonden woningen met een hoger gebouw als accent op de kop, dat was het stedenbouwkundig uitgangspunt voor de rand van de Pijnackerse Vinexlocatie Tolhek.

Het appartementengebouw is uit twee smalle schijven opgebouwd. Het blok oogt daarom heel slank als je over de Klapwijkseweg aan komt rijden. Het staat voor de helft in het water. Via een brede uit het volume gesneden loggia, lopen bewoners en bezoekers langs het water naar de lift in het hart van het gebouw. De plattegronden van de appartementen zijn efficiënt georganiseerd met een vrij indeelbare strook verblijfsruimte langs de gevels.

De slinger van eengezinswoningen is vormgegeven als een ‘kralenketting’, waarbij steeds drie smalle hoge herenhuizen gecombineerd zijn met één brede, lagere woning. De ‘kralen’ worden eruit gelicht door het toepassen van drie kleuren steen. De houten entree-elementen zijn dubbelhoog. Ze verraden het wonen over twee verdiepingen. Een vide langs de achtergevel koppelt de beide woonlagen ook fysiek.


Periscoopwoningen

Rotterdam
Hoge woonkwaliteit en een opvallende uitstraling dat was de opgave van een besloten prijsvraag voor twaalf grote waterwoningen. Het expressieve project markeert de entree van de verder welstandsvrije Waterwijk in Rotterdam/Nesselande.

De periscoopwoningen staan aan drie zijden in het water. Per cluster zijn steeds drie woningen ondergebracht in een stevig kernvolume van drie lagen hoog. Op de verdiepingen snijden dubbelhoge, matglanzende aluminium volumes door dit blok heen. Ze kragen over het water uit en kijken als ‘periscopen’ in verschillende richtingen. Elke woning heeft zo een ander gekaderd uitzicht. Aan de zuidkant zijn de volumes uitgehold waardoor dubbelhoge houten loggia’s ontstaan, die grenzen aan de hoofdwoonverdieping. Grote puien met verdiepingshoge zonneschermen laten de zon naar behoefte binnenstromen.

De woonruimten zijn verdeeld over de begane grond en de eerste verdieping. De extra hoge waterkamer op de begane grond loopt over in een groot houten terras met rondom riet en gele lis. Aan een tweede, lager gelegen vlonder kunnen bootjes aanmeren en kinderen hun vishengel uitgooien.

De woningen zijn als puzzelstukjes in elkaar geschoven binnen een zonering met brede en smalle beuken. Alle voorzieningen en de trappen zijn in de smalle beuk ondergebracht. De brede beuk is daardoor op de verdiepingen vrij indeelbaar. De smalle beuken met de voorzieningen zijn midden in het blok geplaatst, zodat aan beide kopgevels verblijfsruimten liggen. De woningen behoren duidelijk tot dezelfde familie, maar kennen karakteristieke verschillen, in bijvoorbeeld de positie van de entree, de breedte van de loggia en de vorm van de aluminium volumes.

De gebruikte materialen zijn duurzaam en onderhoudsarm. Het kernvolume is in een stevige donkermetallic steen gemetseld. Lichte en elegante aluminium panelen omsluiten de periscopen. Als contrast is warm hardhout toegepast waar het interieur overloopt in het exterieur. Het accent op duurzaamheid komt ook tot uiting in de extra isolatie en de energiebesparende installaties.


Soetendaalseplein

Rotterdam
Vrijwel geen hoek is haaks in de Rotterdamse volkswijk Het Oude Noorden, waar voortdurend vernieuwing plaats vindt. Bovendien kent het gebied behoorlijke hoogteverschillen. Inventief puzzelen was daarom geboden om een efficiënte verkaveling te maken voor de koppen van de blokken aan het Soetendaalse Plein.

Appartementen in zeven lagen kijken over het Soetendaalseplein uit op de Rotte. Aan de woonstraten staan vierlaagse herenhuizen. Twee bijzondere woningen vormen de passtukken, waarmee het bouwblok wordt gesloten. De binnenterreinen liggen een halve verdieping lager. Elke woning krijgt hier een eigen parkeerplaats en bewoners kunnen gebruik maken van de gemeenschappelijke tuin.

In de hoogbouw is per laag ruimte voor twee appartementen, het merendeel met uitzicht aan drie zijden. Met de balkondoosjes wordt de bijzondere locatie gemarkeerd. Op straatniveau liggen kleine appartementen met extrahoge ateliers. Bij de herenhuizen vindt het wonen op de eerste verdieping plaats. De dakterrassen liggen daar in de zon op de teruggelegde daklaag.

De helderrode steen van het complex sluit aan op de bestaande bebouwing. De kozijnen zijn in een per verdieping wisselend ritme in de gevel geplaatst met gekleurde acrylaatplaat voor de draairamen. De entrees aan het Soetendaalseplein vallen op door tegelvlakken van glasmozaïek.


Stadstuinen

Rotterdam
Buiten de dijk, maar midden in de stad is een voormalig haventerrein ontwikkeld als binnenstedelijke vinex. Het hoogteverschil tussen de straat en de huizen is uitgebuit in de vormgeving van de overgang tussen publiek en privé. In de tuinstedelijke dwarsstraten middels voortuinen, aan de stadse kades met trappen en portieken, gemarkeerd door dubbelhoge witte stalen kaders.

De opgave voor negentig vrije sector koopwoningen in deze wijk heeft geleid tot het ontwikkelen van drie heel verschillende woningtypologieën, die passen bij het karakter van hun plek in het stedenbouwkundig plan.

De smalle, hoge herenhuizen aan de kade hebben een stads karakter. Zij hebben een dubbele woonverdieping en zijn georganiseerd rond een centrale trap. Samen met de vide tussen de onderste woonlagen levert dat een plattegrond op met veel doorzichten en gebruiksmogelijkheden. De patiotuin op de begane grond sluit aan op een extra hoge woonkeuken. Een tweede buitenruimte ligt aan de woonlaag op de eerste verdieping. Door middel van een portiek met trap is afstand geschapen ten opzichte van de lagergelegen openbare kade.

De woningen in de dwarsstraten hebben een meer suburbaan karakter. Het profiel van de straten is royaal en groen door de verhoogde voortuinen en de bloesembomen in de straat. De voortuinen worden veel gebruikt om de kinderen te kunnen zien spelen of wat zon te pakken. Het woonprogramma is in deze woningen op de begane grond georganiseerd. Een grote woonhal, die via een schuifpui met de verhoogde voortuin is verbonden, is te gebruiken als speelruimte, werkruimte of extra eetplek. Veel tweede kopers trekken de hal bij de woonkamer. Aan de achterzijde hebben deze binnenstedelijke woningen opvallend diepe tuinen.

Bij de extra grote woningen op de koppen van de kadeblokken kan (een deel van) de begane grond worden afgescheiden als werkruimte aan huis.

In de gevels zijn drie kleuren steen toegepast. Een sterk genuanceerde donkerrode baksteen vormt de kern. Deze is aan de openbare kant van de blokken gecombineerd met een chique, glanzende, donkere steen en aan de tuinkant met een vrolijke helderrode steen. De kozijnen zijn ritmisch in de gevelvlakken opgenomen. Zij vormen doorgaande patronen, waarbinnen de individuele woning herkenbaar blijft. Bij de kadewoningen zijn de houten entreeportieken en de erkerramen op de verdieping omlijst door witte, stalen frames. Zij bieden royaal uitzicht op de oude Binnenhaven.


Starters in de Boomgaardstraat

Rotterdam
Rotterdam heeft moeite om pas afgestudeerden voor de stad te behouden. Hun vertrek is een verlies voor de diversiteit en de economische potentie van de stad. Een niche, waar de meeste woningcorporaties weinig in zien.

Het Portaal, een Rotterdamse debatorganisator, besteedde in 2004 aandacht aan het fenomeen ‘hoogopgeleide starters’. In het kader van de door hen georganiseerde discussie over dit thema is een korte verkenning gedaan naar de mogelijkheden voor verbouwing van een bestaande locatie van corporatie Stadswonen.

De doelgroep voor dit project in de Boomgaardstraat bestaat uit afgestudeerden, die net een stap beter willen wonen dan tijdens hun studententijd. Zij zoeken daarom een één of twee kamer appartement met eigen sanitair, een klein keukentje en eventueel een goedkope, laagdrempelige bedrijfs- of werkruimte. Vanwege het hoge verloop dat deze groep bewoners typeert, zijn veel corporaties bang voor leegstand. Stadswonen is gewend aan het verhuren aan studenten en kende deze angst niet.

Voor de discussiemiddag hebben we voor het project in de Boomgaardstraat indelingen gezocht, die verschillende vormen van wonen mogelijk maken met de optie voor een geschakelde werkruimte. De resultaten zijn gebruikt om met steeds wisselende deelnemers het thema van de hoogopgeleide starter op de Rotterdamse woningmarkt te bespreken.


Toren van de Tuinen

Rotterdam


Urban Patch Strategy

Rotterdam


Wesgram

Rotterdam


Zwartwit woningen

Middelburg
Stevige woningen met fors overkragende kappen staan als typische Zeeuwse zwart houten schuren met witte kozijnen bij de entree van de Stromenwijk. Zij vormen de eerste fase van de herstructurering van deze jaren vijftig wijk.

De woningen aan de Grevelingenstraat zijn flexibel georganiseerd rond de leidingschacht in het midden van de woning, achter de trap. Op elke verdieping kan hieraan zowel voor als achter een keuken, badkamer en/of berging worden geschakeld. Dit geldt ook voor de bovenste laag, waar de dakkap pas op stahoogte begint. Dit principe maakt 254 indelingsvarianten mogelijk, waarvan uiteindelijk 72 aan de kopers zijn aangeboden. De vide tussen begane grond en verdieping stimuleert het wonen over meerdere lagen. De woning is bovendien groot genoeg voor een werkruimte aan huis of het zelfstandig laten wonen van een opgroeiend kind onder de kap.

De kleuren van het project zijn geïnspireerd op de zwarte houten schuren met witte kozijnen, die zo karakteristiek zijn voor Zeeland. Witte vlekken verlevendigen de antraciete steen. Ook de luiken en voordeuren zijn wit, evenals de onderkant van de kap. De dakranden en hemelwaterafvoeren zijn van zink. De garagedeuren zijn verdekt opgenomen in aluminium golfplaat. Alleen de transparante hekken achter de luiken zijn in kleur.

Om de hoek, aan de Volkerakstraat, zijn in dezelfde bouwstroom starterswoningen gerealiseerd met plattegronden, die zich in een vorig plan, De Hooge Plaaten, hadden bewezen. De kleuren van de baksteen zijn hier minder uitgesproken om aan te sluiten op de bestaande bebouwing. Ook hier zijn alle metalen naturel uitgevoerd.





Get Adobe Flash player